Orchideen spreken tot de verbeelding door hun specifieke groei en bloeiwijze. De orchideenfamilie behoort tot de grootste planten familie op onze aardbol. Het aantal soorten wordt op ongeveer 20.000 geschat. In Nederland en Belgie komen een 40-tal soorten voor. In de voorgaande eeuw is echter het aantal sterk achteruit gegaan en doorgaans kom je ze tegen in natuurreservaten, heemtuinen ed. Een voorwaarde voor het ontkiemen van orchideenzaad is het aanwezig zijn van een schimmel. Zonder deze schimmel(mycorrhiza) zal het zaad niet ontkiemen. Orchideen leven in een symbiose met deze schimmel, er worden voedingsstoffen uitgewisseld, en worden om deze reden dan ook wel eens fijnproevers genoemd. Een orchidee heeft ook ruimte nodig. Vaak zie je als voorloper van de komst van orchideen de ratelaar, niet het insect maar de plant, groeien. Al is deze ratelaar aanwezig kan het nog vaak vele jaren duren vooraleer de orchidee tot ontwikkeling komt. Orchideen zijn goed te herkennen aan hun opvallende bloemen:
1: Kelkbladeren.
2: Kroonbladen.
3: Lip.
4: Hierachter zitten de stuifmeel klompjes.
5: Stamper.




Naar boven
De lipbloemenfamilie (Labiatae oftewel Lamiaceae: beide namen zijn toegestaan) omvat veel soorten. De familie dankt zijn naam aan de typische vorm van de kroonbladeren, die samengegroeid zijn tot een boven- en onderlip. Een aantal soorten in deze familie bevatten aromatische oliën in de bladeren. De familie omvat
veelgebruikte keukenkruiden zoals tijm, munt, basilicum, echte marjolein, wilde marjolein, salie en rozemarijn. Weinig families hebben zulke goede uiterlijke kenmerken als deze. Alle soorten dragen de bladeren kruiswijs en de stengels zijn vierkant; bijna alle zijn kruidachtige planten en verreweg de meeste bloemen zijn duidelijk tweelippig. Het aantal meeldraden is meestal, evenals bij de Helmkruidfamilie, 4 (2 korte en 2 lange), soms 2; een enkele maal zijn de bloemen eenslachtig. De vrucht rijpt in de kelk, die zich bij sommige soorten sluit, totdat de vier dopvruchten rijp zijn. Bij regenweer opent hij zich dan en schiet de zaden weg. In de heemtuin ben ik de paarse dovenetel en in het heempark zowel de paarse als witte dovenetel en de bosandoorn tegengekomen. Door de vorm van de bloemen worden deze met name bezocht door bijen en wespen. Zij dienen er geheel in te kruipen waarbij de bevruchting plaatsvind. De linkerafbeelding is de Bosandoorn zoals deze langs de Kromme Aar in bloei staat.
enkele zeer giftige soorten zoals de gevlekte scheerling en dodemansvingers. Men meent dat Socrates met het gif van de gevlekte scheerling is gedood, maar dat wordt ook door sommigen betwist. Het sap van de gevlekte scheerling werd door de oude Grieken wel gebruikt om een doodvonnis te voltrekken. De plant bevat het zenuwgif coniine en heeft in kleine hoeveelheden al de dood tot gevolg.


